Dyslexieweb

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

De oorzaak van dyslexie

E-mailadres Afdrukken PDF

Waar komt dyslexie nu precies vandaan? Is het een gebrek aan vaardigheden, het gevolg van slecht onderwijs, of is er een afwijking in de hersenen of zenuwen die dyslexie veroorzaken?

Hieronder de meest genoemde oorzaken die je tegen zult komen zodra je gaat zoeken naar de oorzaken van dyslexie. Alle theorieën zo objectief mogelijk neergezet, om er vervolgens een conclusie aan te kunnen verbinden.

Problemen met de hersenen

(c) Dyslexieweb

Bij de meest recente onderzoeken werd gebruik gemaakt van MRI- en PETscans om de oorzaak in kaart te brengen. Bij recent onderzoek, waaraan proefpersonen mét en zonder dyslexie meededen, werden aan de proefpersonen tegelijkertijd een woord getoond, terwijl zij ook een woord hoorden. Intussen registreerde de MRI-scan hun reactie. De woorden die zij zagen, kwamen niet exact overeen met de woorden die zij hoorden. De MRI-scan toonde aan dat de hersenen bij de proefpersonen zonder dyslexie dit verschil direct konden onderscheiden, maar dat dit niet gebeurde in de hersenen van de personen met dyslexie.

Bij een ander onderzoek waarbij gebruik werkt gemaakt van EEG’s, waarbij een heleboel elektrodes tijdelijk op het hoofd van een persoon worden geplakt. Deze elektrodes meten hersenactiviteit, in dit geval van een aantal proefpersonen die leerden lezen. Hier werd duidelijk dat bij het leren lezen een kind voornamelijk veel hersenactiviteit vertoont aan de rechterzijde van de hersenen. Een vergevorderde lezer vertoont juist weer voornamelijk hersenactiviteit aan de linkerzijde van de hersenen.

Hier is nu een duidelijk verschil waarneembaar met dyslectische kinderen: ze gebruiken de linkerkant wel, maar blijven hun rechterzijde zes keer heftiger gebruiken dan een kind zonder dyslexie. En dat is opvallend, want de taalcentra bevinden zich juist aan de linkerkant van ons brein en zouden voor een vlot verloop dan ook het meest gebruikt moeten worden. Dit kan overigens ook verklaren waarom dyslectische mensen sneller vermoeid raken bij schrijven en lezen en taal leren.

Op de Northwestern University in Chicago heeft men het in het onderzoek naar dyslexie gefocust op de activiteiten in de hersenstam bij het luisteren. Deze hersenstam is de eerste plek waar geluidssignalen worden verwerkt. Uit eerder onderzoek is gebleken dat mensen automatisch ingesteld zijn om in een rumoerige omgeving alleen relevante geluiden te onderscheiden: ze horen alleen de dingen die voor hen belangrijk zijn. Met deze theorie in het achterhoofd ontdekten de onderzoekers dat hier een afwijking in de hersenstam waarneembaar is bij mensen met dyslexie: zij hebben moeite met het filteren van deze geluiden. Er komt zoveel informatie binnen, dat het veel meer moeite kost te blijven concentreren op enkel de relevante (belangrijke) informatie.

Oogbewegingen

(c) Dyslexieweb

Gerelateerd aan de problematiek in de hersenen, zijn problemen met oogbewegingen. Wie wel eens heeft gekeken naar de ogen van een persoon die zit te lezen, zal hebben opgemerkt dat de ogen zich op unieke wijze bewegen. Ze springen met kleine schokjes door een tekst heen. In feite fixeren ze zich steeds op andere woordjes, wat langer op moeilijkere woorden, wat korter op makkelijke woorden. Eenvoudige, veelvoorkomende woorden als ‘een’, ‘het’, en ‘van’ krijgen nauwelijks de aandacht, terwijl een woord als ‘edukinesiologie’ een langere fixatie vereist bij iemand die dit woord zelden gebruikt of tegenkomt.

Deze oogbewegingen worden aangestuurd door het taalgebied in onze hersenen. Zij zijn door onze leeservaring erop getraind om lang genoeg op ieder woord te kunnen blijven hangen en teksten goed te kunnen scannen om zo vlot mogelijk de juiste betekenis eruit te halen. Uit onderzoek blijkt dat de oogbewegingen van mensen met dyslexie niet zo effectief verlopen als bij niet-dyslectici. Vooral dyslectische kinderen die de grootste problemen hebben met het overslaan van regels, woorden en zinnen overslaan en gaten laten vallen bij het voorlezen blijken afwijkende oogbewegingen te maken. Hun bewegingen zijn ‘grover’, ze maken grotere sprongen terwijl ze beter kleinere stapjes zouden kunnen maken. Fysische training van de oogbewegingen lijkt geen verbetering te geven.

Tussen de hersenen en de ogen zit een zeer nauwe samenwerking, dus eigenlijk is deze theorie een verlengde van bovenstaande. Bij mensen die problemen met de oogbewegingen hebben, zullen de gekleurde ChromaGenfilters een groot effect kunnen bereiken.

Het hormoon testosteron en erfelijkheid

Een andere theorie in het verlengde van de hersenproblematiek geeft aan dat het mannelijke hormoon testosteron invloed heeft op het hebben van dyslexie. Dit hormoon komt vaak in hoge mate voor bij kinderen met cara klachten (eczeem, allergieën, bronchitis, astma etc.), kinderen die veel last hebben van een middenoorontsteking en mensen die linkshandig zijn.

Testosteron speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van een foetus (ongeboren baby) in de 25e week van de zwangerschap. In deze week worden ook de taalcentra in de hersenen gevormd. Een laatste aanwijzing is dat de hoeveelheid testosteron die op dat moment vrijkomt, erfelijk bepaald is: dyslexie is ook erfelijk. Uit de onderzoeken is gebleken dat als één ouder van een kind dyslexie heeft, de kans dat het kind dyslexie heeft 40 tot 50% is. Als beide ouders dyslexie hebben, is de kans circa 80% dat het kind dyslexie heeft. Dyslexie kan dus vaker binnen één familie voor komen.

Gehoorproblemen

Verder is er ook onderzoek gedaan naar het verband tussen hoorproblemen en dyslexie. Kinderen die vaak verkouden zijn en keelontstekingen hebben op jonge leeftijd, hebben een verhoogde kans dat ze vaak ‘geblokkeerde oren’ hebben, ook wel ‘lijmoor’ genoemd. Het middenoor raakt hierbij opgevuld met dik, plakkerig vocht dat zich tegen de trommelvliezen ophoopt. Het komt vaak voor dat ouders dit niet doorhebben totdat een dokter hiernaar kijkt. Het probleem dat hieruit ontstaat, is dat een kind in de eerste jaren van zijn leven – de belangrijkste jaren voor de taalontwikkeling!- klanken niet goed kan onderscheiden. Het verschil tussen ‘boom’ en ‘boon’ en ‘huis’ en ‘heus’, bijvoorbeeld. De slechthorendheid zorgt er ook voor dat kinderen zich slechter bewust worden van lettergrepen in woorden, zoals ‘in-te-res-sant’ .

Het gebrek aan het horen van heldere klanken in de kinderjaren kan levenslange gevolgen hebben als er niet tijdig ingegrepen wordt. Soms worden er buisjes in de oren aangebracht om het geluid te zuiveren, soms heeft het meer zin om de amandelen te verwijderen die de oorzaak zijn van de steeds terugkomende ontstekingen.

Het is lastig om bij deze problemen de diagnose ‘dyslexie’ te stellen. De problemen die zijn ontstaan hebben ontzettend veel overeenkomsten met de problemen die bij dyslexie voorkomen, maar er blijft een verschil in het feit dat echte dyslexie aangeboren is en zich niet pas op latere leeftijd ontwikkelt.

De schuld van de taal?

Een andere interessante suggestie is of de moeilijkheid van een taal zelf dyslexie kan ‘uitlokken’. Helaas konden hierover alleen gegevens over de Engelse taal gevonden worden, dus passende informatie over onze taal is helaas niet te geven. Desondanks is de informatie over de Engelse taal wel boeiend om in dit artikel mee te nemen.

We hebben eerder aangegeven dat mensen met dyslexie veel problemen hebben met taalklanken, zoals het verschil in ‘dot’, ‘dop’ of ‘dok’. In de Engelse taal zijn er 1100 schrijfwijzen voor klanken, die ieder individueel geleerd moeten worden en die samen voor 40 verschillende klanken zorgen bij het uitspreken. Hierbij zit de taal natuurlijk doordrenkt met zeer hinderlijke uitzonderingsregels, zoals de uitspraak van ‘cough’, ‘bough, ‘dough’ en ‘tough’. Of kijk naar de ch-klank in bijvoorbeeld ‘chat’, ‘chute’ en ‘scholar’. En dan zijn er nog lettercombinaties die je anders schrijft, maar hetzelfde uitspreekt, zoals ‘sh’ in ‘ship’, ‘initial’ en ‘machine’.

(c) Dyslexieweb

Deze hinderlijke taaluitzonderingen die stuk voor stuk geleerd moeten worden, lijkt ervoor te zorgen dat er in Engelstalige gebieden tot wel twee keer meer mensen met dyslexie voorkomen dan in anderstalige landen. In Italië zijn er bijvoorbeeld slechts 33 schrijfwijzen voor klanken die samen representatief zijn voor 25 klanken. Dit is bijna 1-op-1, waardoor de regels voor klankenleer veel regelmatiger zijn, en dus veel gemakkelijker te leren.

Onderzoeken tonen dat ook aan dat dyslectische Italianen beter hun eigen taal lezen dan dat Engelse lezers hun eigen taal lezen, terwijl ze wel dezelfde scores hebben in standaard onderzoeken en dezelfde afwijkingen vertonen in PET-scans. Het is zelfs zo dat heel veel Italianen er prima in slagen om hun dyslexie volledig te negeren, terwijl zij op grote problemen zouden stuiten als ze in een land met een veel moeilijkere taal waren opgegroeid!

Om dit nog eens te onderstrepen kwamen onderzoekers naar dit fenomeen een prachtig geval tegen van een man die opgegroeid was in Japan, maar Amerikaanse ouders had. Deze man werd tweetalig opgevoed in Japans en Engels. Wat bleek? Bij de Engelse taal toonde hij alle tekenen van dyslexie en had hij veel meer moeite met lezen en schrijven, terwijl het Japans hem relatief veel beter af ging. Japans is fundamenteel verschillend en complexer dan het Engels, maar de klanken zijn een heel stuk eenvoudiger.

Uit deze studies blijkt dus dat de problemen met dyslexie ook een kwestie kunnen zijn van geografisch geluk: je moedertaal kan bepalend zijn voor de problemen die je tegenkomt.

De basis?

Dan is er nog de theorie die ervan uitgaat dat dyslexie de grondslag heeft bij een slechte basis. Om dit uit te leggen, volgen hieronder enkele korte verhalen die de gedachte achter deze theorie verhelderen.

(c) Dyslexieweb

Mozart is een beroemde pianocomponist. Hij kwam uit een zéér muzikale familie en is vanaf zijn geboorte bloot